Logo Qontact

Schrijf u in voor de nieuwsbrief

Atypisch ondernemen

Filmregisseur

Hij zit nooit stil en blikt altijd vooruit. Stijn Coninx staat niet alleen bekend als een regisseur pur sang, de Zonhovenaar is ook nog eens een van de boegbeelden van de Belgische filmwereld. “Het investeringsklimaat in onze filmindustrie is de voorbije jaren aan een steile opmars bezig dankzij de 'tax shelter' financiering. Voor vennootschappen gaat het om een interessante investering. Zij doen op die manier aan fiscale optimalisatie.”

QONTACT / Is een filmregisseur een atypische ondernemer?
Stijn: “Wij lijken wel verstrooide artiesten en ergens is dat ook wel zo. De eigenlijke ondernemers in de filmindustrie zijn de producenten, met wie ik altijd samenwerk. Als regisseur ben ik artistiek verantwoordelijk voor een project en ga ik aan de slag in een soort van fabriekje. Zodra het nodige kapitaal op tafel ligt, wordt alles opgestart en is de band niet meer te stoppen. Dan jaag ik er elke draaidag een hele hoop geld door!”

QONTACT / Wat is de filmindustrie voor een business?
Stijn: “Het is als een reizend circus. Eens we beginnen te filmen – en daar gaan soms jaren van voorbereiding aan vooraf – zijn wij gebonden aan een beperkt aantal draaidagen. Bij Daens bijvoorbeeld waren er dat 72. Nu en dan moeten we rekening houden met een verhuis naar het buitenland, zoals in het geval van Marina. Alles is minutieus getimed: weer of geen weer, in vorm of niet, the show must go on! De filmploegen worden dan ook samengesteld met de bedoeling zo efficiënt mogelijk te werk te gaan. Draaidagen zijn bovendien onderworpen aan cao's, je kan dus niet gewoon van 's morgens vroeg tot 's avonds laat blijven opnemen. Een regisseur moet altijd goed op de hoogte zijn van het reilen en zeilen zodat alles gesmeerd verloopt en er geen tijd en geld worden verspild. Daarom zeg ik wat anderen op de set moeten doen en roep ik: actie!”

QONTACT / Welke filmbudgetten circuleren er in ons land?
Stijn: “De budgetten in België kun je natuurlijk niet vergelijken met die in het buitenland. Films worden hier met beperkte middelen gemaakt. Het is dan ook moeilijk om grote projecten te financieren. Marina bijvoorbeeld, was geraamd op zes miljoen euro, maar heeft uiteindelijk 3,6 miljoen euro gekost. Dat is voor een dergelijke film echt niet veel. Wat niet wegneemt dat je elke draaidag toch zowat 75.000 euro spendeert. Als regisseur weet ik precies hoeveel budget ik ter beschikking heb en daarover heb ik vooraf dan ook flink gediscussieerd. Waarin investeer ik zelf? In de voorbereiding van projecten zonder dat er één cent binnenkomt. Ik ontwikkel projecten en als ze doorgaan word ik er voor betaald, anders niet. Dat vormt een deel van het vak en van het ondernemersrisico. Voor ik een film maak, moet ik al denken aan de volgende, zo niet val ik gewoon stil.”

QONTACT / Hoe worden films tegenwoordig gefinancierd?
Stijn: “Films in Europa worden aan de basis gefinancierd door culturele fondsen, aangevuld met televisie en andere media. Het investeringsklimaat in de Belgische filmindustrie is de voorbije jaren evenwel aan een steile opmars bezig dankzij onze zogenaamde tax shelter financiering. Het gaat om een fiscale stimulans die de Belgische overheid in 2003 in het leven heeft geroepen met als doel de audiovisuele sector te ondersteunen. Vennootschappen genieten een lucratieve belastingvrijstelling voor hun investeringen in deze sector. Zij doen op die manier aan fiscale optimalisatie. De investerende vennootschap krijgt in ruil voor de betaalde sommen een voorlopige fiscale vrijstelling van 310% van de gestorte bedragen. Deze vrijstelling wordt bekomen door het boeken van een belastingvrije reserve. De vrijstelling is onderworpen aan beperkingen: maximum de helft van de totale belastbaar gereserveerde winst voor aanleg van de belastingvrije tax shelter reserve en het absolute maximum van 750.000 euro.”

"Als regisseur goochel ik met de talenten van de anderen."

QONTACT / Op het eerste gezicht een quasi risicoloze investering?
Stijn: “Inderdaad. Voor ondernemers is het interessant om te investeren in de tax shelter omdat je van bepaalde films toch zeker bent dat ze een voldoende aantal toeschouwers aantrekken en dus renderen. Dit gaat zonder twijfel het geval zijn voor De Bende van Nijvel en ook voor mijn nieuwe Sinterklaasfilm. Als ik een film maak die miljoenen euro’s kost, vind ik het tevens belangrijk dat er naar wordt gekeken. 100 procent risicoloos zal de investering natuurlijk nooit zijn. Waarom niet? Ten eerste krijgt een regisseur nooit genoeg geld bij elkaar om alles te realiseren waarover hij wil fantaseren. Ten tweede blijven filmfondsen je niet eindeloos kansen geven als niemand naar de film gaat kijken of als hij niet wordt gewaardeerd. Dus wanneer is een film vanuit economisch standpunt wel interessant? Bijvoorbeeld als de bioscoopuitbaters veel volk over de vloer krijgen. Drie van mijn films staan in de top vijf van de meest succesvolle Belgische films aller tijden. Een film zoals Marina – nu drie jaar geleden in première gegaan – is ook in het buitenland al vaak vertoond. En geloof het of niet, ik moet mijn eerste cent van over de grens nog altijd ontvangen. Ik weet zelfs niet of ik er ooit één zal zien. De promotiekosten van een film in pakweg Spanje liggen immers veel hoger dan in een klein land zoals België. Waaruit haal ik dan mijn rendement? Uit het feit dat ik telkens opnieuw mag filmen.”

QONTACT / Geen hardere wereld dan de filmwereld?
Stijn: “De filmwereld staat inderdaad bekend als een keiharde wereld. Het is gemakkelijk om erin te beginnen, maar moeilijk om erin te blijven. Er zijn weinig filmproducenten die zich uitsluitend bezighouden met film in de klassieke zin van het woord. De meesten combineren het met televisie, sommigen met evenementen. De pure Hollywood-interpretatie van film is zeer uitzonderlijk. Er zijn in België ook maar weinig regisseurs die uitsluitend films voor bioscopen maken. Ik denk dat Michaël Roskam momenteel een van de weinigen is. Ikzelf doe ook andere dingen en geef al jaren les aan het RITCS in Brussel, waar ik artistiek hoogleraar en hoofd van de vakgroep Film ben. Sinds 1992 ben ik eveneens verbonden als docent aan de Franstalige tegenhanger INSAS.”

QONTACT / Hoe ga je om met een kaskraker en met een flop?
Stijn: “In het geval van een flop ben ik liefst zelf verantwoordelijk. Ik maak liever zelf de fout dan een schuldige te moeten zoeken. Het kan natuurlijk altijd gebeuren dat een film minder aanslaat en geen waardering krijgt. Ofwel gaat het dan om de kijkcijfers, ofwel over de waardering. De twee samen kan ook, maar die combinatie heb ik gelukkig nog niet aan de hand gehad. Een film die geen succes is, verdwijnt meteen uit het bioscoopcircuit. Wat als een flop wordt beschouwd, is echter relatief. Zo trok Soeur Sourire in 2009 ongeveer 70.000 toeschouwers. Toch maakten enkele kranten gewag van een flop, terwijl ze een film als Manneken Pis met zijn 55.000 toeschouwers de hemel in prezen. Twee jaar later werd Soeur Sourire op de Franse televisie vertoond. Hij lokte toen 2,9 miljoen kijkers en kreeg dezelfde waardering als de kaskraker Titanic. Dus zo erg vond ik dat allemaal niet.”

“De tax shelter is een lucratieve investering voor ondernemers.”

QONTACT / Men zegt wel eens: een cineast is als een bondscoach.
Stijn: “Die vergelijking gaat op. Een regisseur is voor meer dan 50 procent een psycholoog. Bij elk project is het belangrijk om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Eén van de essentiële zaken in mijn job is: goochelen met de talenten van de anderen. Je werkt met mensen en brengt verhalen van mensen in beeld. Enerzijds heb je te maken met de personages in je verhaal en anderzijds met de karakters van de acteurs en de filmcrew. Sterker nog: in de fictiefilm – die toch mijn specialiteit is – ben je voortdurend aan het liegen. De kijker heeft anderhalf tot twee uur de indruk dat het allemaal waar is, maar het verhaal is van het begin tot het einde verdraaid of verzonnen. Je creëert een nieuwe wereld en vermengt heel wat gevoelens en subjectieve materie. Niet vanzelfsprekend allemaal, je bent voortdurend op zoek naar een evenwicht tussen het creatieve en de harde werkelijkheid. Wat is haalbaar, wat is betaalbaar? Als regisseur amuseer ik mij en ik hoop dat de toeschouwer hetzelfde doet. Want als die niet wil kijken en afhaakt, sla je de bal mis.”

QONTACT / Waarom jouw strijd tegen onrecht op de werkvloer?
Stijn: “Toen ik 16 jaar was, heb ik de krottenwijken in het Argentijnse Buenos Aires met mijn eigen ogen gezien. Ik was behoorlijk gechoqueerd. Thuis heb ik nooit onrecht ervaren noch iets tekort gehad. Mijn strijd tegen onrecht komt vanuit een natuurlijk gevoel, dat volgens mij in heel veel mensen schuilt. Daarom heb ik het leven van Daens verfilmd. Maar er zijn ook totaal andere dingen die mijn pad kruisen. Ik heb eveneens komedies zoals Hector en Koko Flanel gedraaid en kan dus erg goed complete nonsens verkopen. Humor is een zeer belangrijk aspect in het leven. Nu ben ik in de weer met mijn volgende film, De Bende van Nijvel. Die is allesbehalve om te lachen, maar toch steek ik daar een vleugje humor in omdat het nodig is. Net als in Daens. Als voorzitter van Een Hart Voor Limburg zet ik mij in voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren in onze provincie. In die hoedanigheid merk ik bij talloze gedreven ondernemers dat ook zij onrecht niet aanvaarden. Iedereen moet kansen krijgen om iets te ondernemen, maar dat is vaak niet het geval. Het is ontzettend belangrijk dat je risico’s kunt nemen en de sprong kan wagen.”

Stijn Coninx

Filmregisseur